Kerstmis 2003


Gebedjes en gedichtjes Klik hier

Kerstplaatjes downloaden Klik hier

Kerstknutselwerkjes maken? Klik hier

Uitprintbare kerstkaartjes klik hier

3 verhalen over Kerst voor kinderen Klik hier

Nieuw! thema over Driekoningen: 6 januari

De kerstpagina's van vorige jaren:

2002 met thema de kleine trommeljongen

2001 met uitprintbare kerstkaartjes

2000 met knutselwerkjes

link naar een quiz met vragen over de betekenis van kerstmis.


Kerstfeest


We gaan kerstfeest vieren
met slingers en een boom.
Maar waar het echt om gaat
is het Kindje in de kribbe
Gods eigen Zoon.

Hij kwam als mens op aarde
voor jou en ook voor mij.
Als je naar dat Kindje kijkt
word je o zo blij.

Hij wil ook in jouw hartje wonen
en altijd bij je zijn.
Hij houdt van alle mensen
en van alle kinderen groot en klein.

Je hoeft niet bang te zijn
Hij laat je nooit alleen.
Hij helpt je leren en spelen
en Hij is altijd om je heen.

Jezus werd geboren
in een arme stal.
Laat Hem maar in jouw hartje wonen,
zodat jouw lichtje
voor altijd branden zal.

Dit gedicht is van Cobi van der Hoeven. Klik hier om naar haar website te gaan.


We wensen,


een glimlach en een fijn gevoel
geluk voor alle mensen.
We wensen,
geen oorlog en geen ruzie meer
maar vrede voor de mensen.

We wensen
een wereld die vol vrienden is
en liefde tussen mensen.
We wensen,
een beetje troost, een beetje hulp,
en licht voor alle mensen.

Een kind brengt ons een nieuwe tijd.
We kunnen verder gaan.
Straks worden onze wensen waar.
Wie weet, misschien
- we zullen zien -
wel in het nieuwe jaar.

Omhoog


Ik ben de droomboom
die kerst wil vieren.
Ik ben de droomboom
die licht wil zijn.
Jij mag mij met sterren
en ballen versieren.
Maak me maar mooi
dat vindt iedereen fijn.

Ik ben de droomboom
met mooie wensen.
Ik ben de droomboom
die blij wil zijn,
want ik mag stralen
een licht voor de mensen
vrede, geluk,
dat vindt iedereen fijn.


Kerstfeest

Kerstfeest is het feest van lichtjes
van gezellig samenzijn
van muziek en sfeer en smullen
kip, kalkoen, of kerstkonijn.

t is het feest van kaartjes sturen
aan de mensen die je kent
om ze zo te laten weten
dat je hen niet vergeten bent.

Kerstfeest is het feest van lief zijn
voor de mensen om je heen
en als t kan ook voor de mensen
die gevlucht zijn, of alleen

Kerstfeest is nog zoveel dingen:
pakjes, tripjes, noem maar op
maar als dt alleen maar kerst is
dan is kerst een grote strop

Kerst is meer dan al die dingen
die je om je heen kunt zien
kerst is Jezus leren kennen
voor de eerste keer misschien

t Is het feest dat God laat weten
dat Hij zielsveel van je houdt
dat Hij graag jouw hart wil vullen
dat nog leeg is en nog koud

Kerstfeest is het feest van Jezus
t kostbaarste cadeau van God.
t is het feest van echte liefde
en dt feest kan niet kapot

Als de boom straks is verdwenen
en de lampjes gaan weer uit
dan gaat kerst met Jezus verder
t licht van God gaat nooit meer uit!

Nelly de Wilde (uit: Beslagen ramen)

Omhoog

Kerst knutselwerkjes en kleurplaten!

Kettingadventskalender
kettingadventskalender: klik voor uitleg
Geen-vlam-Adventskrans
Kerstster, klik voor uitleg
Ster om uit te knippen
De Heilige Familie
Een engeltje voor in de kerstboom.

Klik op het knutselwerkje, voor de beschrijving en foto's.
Omhoog



Kerstkaartjes.

klik om uit te printen klik om uit te printen
klik om uit te printen  blanco kaart, om zelf tekst op te schrijven klik om uit te printen

Klik op een kaartje dat je uit wilt printen, het kaartje verschijnt dan in een nieuw venster.
Klik in dat venster op bestand en dan op afdrukken.
Omhoog

De geboorte van Jezus.

Maria was een meisje van ongeveer 18 jaar. Zij woonde in het dorpje Nazareth en ze was verloofd met Jozef.
Op een dag, ik denk dat het in het voorjaar was, was Maria bezig in haar huis. En opeens staat daar iemand. Het is geen vrouw, en ook geen man. Maar wat dan? Maria heeft nog nooit zoiets gezien en schrikt dan ook geweldig. Ze slaat de hand voor haar mond en houdt haar adem in. Heeft ze het wel goed gezien. Is er werkelijk iemand, of is ze soms aan het dromen, midden op de dag?

De engel die door God gestuurd is, praat zachtjes tegen Maria. Hij zegt: Goede morgen Maria. Ik ben de engel Gabriel, een boodschapper van God. Je moet de hartelijke groeten van God hebben. God heeft op je gelet en jou uitgekozen. Je zult in verwachting raken en een zoontje krijgen. Dat kind is de Zoon van God. Maria vraagt verbaasd: hoe kan ik nu een kindje krijgen, ik ben nog niet getrouwd, en ik woon nog niet samen met een man.
De engel antwoordde: De Heilige Geest van God zal komen en je zult in verwachting raken door de kracht van God. Voor God is niets onmogelijk want je tante Elisabeth, die al heel oud is en nooit kinderen kon krijgen, is ook in verwachting van een zoon. Over drie maanden zal haar baby geboren worden. Jouw zoon moet je Jezus noemen, de zoon van Elisabeth zal Johannes heten.
De engel ging daarna weer weg.
Maria begreep het allemaal niet zo heel goed, maar als God je iets vraagt dan wil je toch niets liever dan gehoorzamen. Maria besloot om snel naar haar tante te reizen, om haar te vragen hoe het met haar was en toen zij haar tante begroette, bewoog het kindje in de buik van Elisabeth. Elisabeth zei tegen Maria: Je bent de gelukkigste vrouw van de wereld. Je hebt gehoorzaamd aan wat God van je vraagt. Ik vind het een hele eer dat de moeder van de Zoon van God bij mij op bezoek komt. Jozef was thuis en heel verdrietig. Het was heel erg als een meisje in verwachting was, voordat ze was getrouwd. Jozef besloot om weg te gaan, niet omdat hij niet meer van Maria hield, maar als hij wegging, kreeg hij de schuld en zouden de mensen medelijden hebben met Maria.
Vlak voor hij wegging droomde Jozef. De engel die ook bij Maria geweest was vertelde hem in die droom, dat hij gerust met Maria kon trouwen. De engel vertelde hem dat Maria in verwachting was van de zoon van God. Maria had een hele belangrijke taak. Het ging allemaal zo omdat uit zou komen wat de profeet Jesaja heel lang geleden al had gezegd: Een jong meisje dat nog niet getrouwd is zal in verwachting raken en een zoon krijgen, die de naam Immanuel (dat betekent God is met ons) zal krijgen.
Toen besloot Jozef om bij Maria te blijven om haar te helpen in de maanden voordat de baby geboren zou worden.

Vlak voordat het baby'tje geboren zou worden had de keizer van Rome, die in die tijd de baas in Israel, iets bedacht. Hij wilde precies weten over hoeveel mensen hij nu wel de baas was. Om de mensen goed te kunnen tellen, moesten ze allemaal gaan naar de plaats waar hun familie vandaan kwam. Omdat Jozef en Maria allebei afstamden van koning David, moesten ze dus naar Bethlehem, de stad van David. En dat deden ze. Ze liepen heel lang en tenslotte kwamen ze in Bethlehem. Daar was het overvol. Allemaal mensen die ook van David afstamden. Bovendien waren Jozef en Maria helemaal niet rijk en zo gebeurde het dat ze nergens een hotel konden vinden. Alle mensen die kamers verhuurden hadden ook geen plaats voor hen.
Eindelijk vonden ze een slaapplaats. In een stal. Het was fijn dat Maria eindelijk kon rusten, maar het was er niet gezellig.
Daar in die stal werd de Zoon van God geboren. En Jozef wikkelde doeken om hem heen, zoals toen heel gewoon was voor pasgeboren baby'tjes. Ze hadden natuurlijk geen wiegje. Daarom legden ze de baby in een voerbak. Daar lag hij toch nog een beetje zacht op het hooi en lekker warm.

Vlak bij Bethlehem was een veld waar de schapen bij elkaar waren om de nacht door te brengen. De herders die op de schapen moesten passen hadden een vuur aangemaakt. Ze dronken af en toe iets warms, misschien wel thee of koffie, ik weet het eigenlijk niet, en ze vertelden elkaar wat ze overdag allemaal hadden meegemaakt. Een herder vertelde altijd verlangend over de Messias, die zou komen. Een redder voor het volk Israel, die hen zou bevrijden uit de macht van de Romeinen. De jongere herders geloofden het allemaal niet meer zo. Die oude Kaleb altijd. Die verhalen hadden ze nu al wel tien jaar gehoord, en er was nog steeds niets van uitgekomen.
Als Kaleb uitverteld was, gingen de jongere herders elkaar vaak griezelverhalen vertellen, vooral als er nieuwe herders bij waren, zoals nu. Die kon je zo gemakkelijk bang maken. Daar hadden ze wel plezier in. Terwijl ze zo bij elkaar in het donker zitten, bij het kampvuur, zien ze plotseling dat alles verlicht wordt, en er staat een figuur bij hen die ze nog nooit eerder hebben gezien. De Engel. Dezelfde misschien wel die ook bij Maria en Elisabeth was geweest.
En die flinke stoere herders... die schrikken net zo erg als Maria. Dat is toch wat! Alleen Kaleb, die zegt: stil laten we luisteren naar wat de engel te zeggen heeft. Het moet iets heel belangrijks zijn.
Dan zijn ze allemaal stil. Ze horen de engel zeggen: Wees niet bang, want ik breng jullie het heerlijkste nieuws dat je ooit hebt gehoord. Vandaag is in Bethlehem de Messias, de Redder, Christus de Heer geboren. Je kunt hem goed herkennen. Het kindje is in doeken gewikkeld. Het is in een stal geboren en het ligt in een voerbak.
Toen de engel was uitgesproken kwamen er nog een heleboel engelen. Zij zongen met elkaar: Ere zij God in de hoge en vrede op aarde voor de mensen van wie God zoveel houdt.
Onmiddellijk toen de engelen weggegaan waren riep Kaleb: Kom we gaan naar Bethlehem om de Messias, die nu eindelijk gekomen is te gaan aanbidden. Ze vonden het kindje Jezus bij Maria en Jozef in de stal. Het lag in doeken gewikkeld in een voerbak.
Toen Kaleb het kindje zag werd zijn gezicht helemaal blij. Hij straalde gewoon. Hij was al zo oud. Wat was hij blij dat hij de Messias toch nog had gezien. De herders vertelden aan iedereen die het maar wilde horen wat er was gebeurd en gingen toen weer terug naar hun kudde.

Maria en Jozef waren heel blij en ze dachten nog heel lang na over wat de herders allemaal hadden verteld.

Omhoog

Jopie en het kerstfeest

Als Jopie wakker wordt, voelt hij zich meteen blij. Het is vandaag de laatste schooldag voor de vakantie en de juf heeft beloofd dat ze vandaag een heel bijzonder kerstfeest zullen vieren. Alle kinderen van de klas zijn herders en zo gaan zij naar de stal om het kindje Jezus te gaan zien. Jopie weet natuurlijk wel dat ze eigenlijk een heel groot toneelstuk opvoeren met zijn allen, maar het is toch bijna echt. Hij vindt het vreselijk spannend. Hoe zal de stal er uit zien? Zal het mooi versierd zijn? Het is toch groot feest als de Here Jezus geboren is? En hoe zullen ze er naar toe gaan? Misschien wel met de bus zoals ze ook naar de Efteling gingen.
Om negen uur zijn alle kinderen op school. Daar moeten ze hun eigen kleren uitdoen en krijgen ze herdersmantels. Dat lijken wel een soort wollen dekens zeg! Ze kriebelen, maar ja, niemand wil zeuren want het is vandaag een bijzondere dag.

Waar blijft die bus nu toch? Vlak bij school is geen boerderij met een stal erbij. Die vindt je alleen buiten de stad. Wat valt het de kinderen tegen als de juf zegt dat er geen bus komt. De juf legt uit dat er in de tijd van Jezus geen bussen waren en ze willen nu toch kerstfeest vieren zoals het toen ook was? Tja, dat is ook zo. Maar hoe moet dat nu? Ze gaan toch zeker niet eh......? Ja. Ze gaan echt lopen, net zoals toen. Dapper stappen ze allemaal met de juf mee.
Het is wel koud, maar na een poosje krijgen ze het weer wat warmer. Ze hebben allemaal rode wangetjes. Jopie verheugt zich al op de krentebollen, de mandarijnen en de warme chocolademelk die ze in de stal wel zullen krijgen. Die krijgen ze anders ook altijd.

Nadat ze meer dan een half uur hebben gelopen zien ze dan eindelijk de stal. De juf wijst hem aan. Nog eventjes en dan zijn ze er. Zullen ze de kerstboom mooi versierd hebben, en zullen ze er witte of gekleurde lichtjes er in gedaan hebben? Jopie wacht het maar even af, het gaat zo raar vandaag, hij wil maar niets meer vragen.
In de stal is het koud en donker, in plaats van feestelijk versierd. Er is geen kerstboom en er zijn helemaal geen lichtjes, er is geen chocolademelk en ook geen krentebollen of mandarijnen. Is dit eigenlijk wel een feest?
De juf vraagt of ze allemaal op de grond willen gaan zitten. Dan pas zien ze in de hoek juffrouw Maria en haar man Dirk, die zich verkleed hebben als Maria en Jozef. In een echte kribbe, een etensbak voor de koeien, ligt een bergje hooi en daarop ligt Diederik, het pasgeboren baby'tje van juffrouw Maria en haar man. Wat is hij nog klein zeg!

De juffrouw gaat het kerstverhaal vertellen. Hoe de echte Maria en Jozef zo heel ver hadden moeten lopen om naar Bethlehem te komen en hoe moe ze toen waren. Dat begrijpen de kinderen nu goed zeg, zij zijn ook moe na zo'n eind lopen! Ze begrijpen nu ook hoe teleurgesteld Maria en Jozef geweest waren toen zij nergens een slaapplaats konden vinden, terwijl Maria haar baby zou krijgen. Ze kijken naar de baby en Jopie vraagt of hij het niet koud zal hebben. In de stal is geen verwarming. (Gelukkig heeft juffrouw Maria een kruikje bij hem gelegd en genoeg doeken om hem heengedaan).
De juffrouw vertelt dat het kerstfeest een fst is omdat Jezus, de Zoon van God, als mens werd geboren. Alleen zo kon God de mensen redden. Vandaag vieren ze op deze vreemde manier kerstfeest. Niet omdat de juffrouw de kinderen niet graag zou willen verwennen, maar om eens te bedenken waar het werkelijk om gaat. De geboorte van Jezus is z belangrijk. Als Jezus nooit als mens, als baby was geboren, dan had het ook nooit goede vrijdag kunnen worden, dan had Jezus nooit kunnen opstaan uit de doden, dan had Hij niet naar de Hemel kunnen gaan, dan had het geen pinksterfeest kunnen zijn en dat zou betekenen dat de Heilige Geest nooit naar ons toe had kunnen komen. De geboorte van Jezus is het begin van de redding van de mensen.

De kinderen vinden het raar dat er helemaal niets te snoepen is maar ze begrijpen dat Maria en Jozef ook helemaal niets hadden voor de herders, toen deze kwamen om de Here Jezus te aanbidden en uit het verhaal van de juffrouw begrijpen ze heel goed dat het bij het kerstfeest niet om het eten of drinken gaat, maar om de geboorte van de Here Jezus.
Als het verhaal uit is zingen ze met elkaar (en het baby'tje huilt mee) kerstliederen voor de echte Here Jezus, die nu bij Zijn Vader in de Hemel is en daarna lopen ze terug naar school.

Zo'n bijzonder kerstfeest heeft Jopie nog nooit meegemaakt. Als hij thuis komt, vertelt hij alles aan papa en mama. Die vinden het ook heel prachtig. Ze praten erover dat het eigenlijk zo raar is, dat zij met kerstfeest altijd wel veel snoepen en allerlei lekkere dingen eten, terwijl het voor de echte Maria en Jozef zo heel anders was.
Jopie vindt dat ze thuis deze keer ook eens anders kerstfeest moeten vieren.
Ze bedenken met elkaar dat ze wel het huis zullen versieren om aan de Here te laten zien hoe blij ze zijn dat Hij Zijn Zoon mens heeft laten worden, om ons allemaal te redden, maar dat ze deze keer niets te snoepen in huis zullen halen en niet heel uitgebreid zullen eten, maar juist eenvoudig.

Omhoog

SAMUEL DE KLEINE HERDER

Langzaam wordt Samuel wakker. Hij voelt zich blij als hij terugdenkt aan de afgelopen Sabbath. Toen vierde hij zijn Bar-mitzwa.
Naar die dag heeft hij heel lang uitgekeken. Het is ook een heel belangrijke dag voor joodse jongens. Als je 12 jaar wordt, dan ben je niet langer een kind, maar dan wordt je gezien als man. Je bent dan verantwoordelijk voor je eigen daden. Je mag voortaan in de Synagoge uit de Torah lezen. En als je de mensen iets te zeggen hebt over God, dan mag je dat ook doen.
Natuurlijk heeft hij die eerste keer niet echt het woord genomen om de mensen iets te leren, maar hij heeft wl een heel stuk uit de Torah gelezen. En nog heel goed ook. Hij heeft er goed voor geoefend, en zonder fouten gelezen. Vader en moeder en opa zijn trots op hem.

Samuel ligt nog even lui. Hij merkt dat dat hij veel later wakker is geworden dan anders. Hoe kan dat nu? Waarom heeft moeder hem niet geroepen zoals op andere dagen? Er moet altijd veel gedaan worden! En dan weet hij het ineens. Vanaf vandaag gaat alles anders dan anders.
Voortaan gaat hij met vader mee naar de velden van Ephrata. Opa is te oud geworden om 's nachts nog in het veld te zijn. Daarom heeft moeder Samuel laten slapen en alleen zijn jongere broer geroepen.
Samuel gaat met vader mee om het vak te leren.
Je moet leren wat je moet doen als er lammetjes geboren worden. Je moet weten hoe je een leeuw of een ander wild dier op een afstand houdt. Meestal zijn die beesten wel bang voor het vuur dat de herders de hele nacht aanhouden, maar soms moeten herders hl wat moeite doen om die beesten met hun staf op andere gedachten te brengen. Herders zijn dappere sterke kerels. En, als je ze zo goed kent als Samuel, merk je dat het ook aardige kerels zijn.

Samuel heeft van zijn moeder een warme mantel gekregen. De schapen hebben geen last van de kou. Nee logisch, die hebben allemaal hun eigen wollen deken om zich heen! Maar de mensen, die hebben een warme wollen jas heel hard nodig!
Gisteren is hij met opa het veld ingeweest. Ze hebben een staf gezocht, en een stok. Opa heeft hem geleerd hoe je een kluit aarde naar een schaap kunt mikken. Dat was nog niet eens makkelijk hoor! Hij heeft flink moeten oefenen, maar nu kan hij het. Samuel moet er wel om lachen. Als een schaap weg wil bij de kudde krijgt hij een kluitje aarde naar zijn kop. Dan schrikt het schaap en holt weer naar de kudde. Daar voelt hij zich veilig. En dat stomme schaap weet niet eens dat dat nu juist de bedoeling van de herder is!

Dan is het avond. Samuel gaat met zijn vader mee! Zijn nieuwe jas heeft hij aan. Zijn stok en zijn staf heeft hij bij zich en in zijn herderstas zit brood en een kruikje met water en zure wijn door elkaar. Dat is niet zo erg lekker, maar het helpt voor de dorst.
Zo ze zijn er. Veel oudere herder kent Samuel al. Daar is Jonathan, en Lukas, en Zibbedus en Markus!
Er zijn ook herders, die net als Samuel ook nog heel jong zijn. Dat is leuk; kunnen ze nog eens pret met elkaar maken. Vader vertelt de andere herders dat Samuel voortaan in de plaats van de oude Zachus komt. En daarna gaan ze met elkaar om het vuur zitten. Dat vuur blijft de hele nacht aan, niet alleen vanwege de warmte, maar ook om de wilde beesten op een afstand te houden. Samuel vindt dat toch maar een veilig idee. En ook dat er zoveel herders zijn.
De herders praten, zoals altijd bijna, over de politiek. Wat maken ze zich druk. Het worden hele heftige discussies. Iedereen vindt het verschrikkelijk dat de Romeinen nog steeds de baas zijn in Isral. Samuel vindt het zelf ook niet leuk. Nee natuurlijk niet. Die Romeinse keizer heeft een vriendje van hem, Herodes, koning gemaakt over Judea. En die Herodes, dat is echt een engerd. Die heeft zelfs zijn eigen vrouw laten vermoorden. Volgens sommigen omdat hij bang was dat hij anders zijn troon zou kwijtraken. Wat een man. Het zal je maar gebeuren.

En dan hebben de meeste mensen nog wat te zeggen over herders. Dat zijn toch wel zulke ruwe kerels. Ongemanierd, en ze schreeuwen altijd zo, nee, laat die maar bij hun kudden blijven dan hebben de nette mensen in de stad er geen last van. Oh Samuel kan zich echt kwaad maken als hij mensen om zo'n manier over herders hoort praten.

Hij kent genoeg herders om te weten dat het gewone mensen zijn. En helemaal niet dom ook hoor. Ze weten alles wat er in de wetboeken en in de profeten staat. Heel vaak hoort Samuel ze praten over de beloofde Messias. Tja, als die eens kwam! Dan zou Hij alles veranderen. Weg met die Romeinen! Eindelijk weer vrede! Maar ja, ze wachten al zo lang op de Messias. In de profeten wordt er veel over geschreven en Samuel kent die verhalen ook wel, maar de laatste 400 jaar is er zelfs geen profeet meer geweest!
En voorlopig zullen ze dus nog wel opgescheept zitten met die Romeinen. Wat die Romeinse keizer Augustus nu weer verzonnen heeft! Hij wil weten hoeveel onderdanen hij heeft, en ook nog uit welke plaats iedereen oorspronkelijk komt. Nu moet iedereen gaan naar de stad waar zijn familie vandaan komt. Daar wordt hij ingeschreven.
Wat een onzin toch. Gelukkig woont Samuels familie al eeuwen lang in Bethlehem. Nu hoeven zij tenminste geen lange reis te maken. Vanmiddag zag hij nog een man en een vrouw aankomen. De vrouw zat op een ezeltje. Zo te zien zou zij heel gauw een baby krijgen. Haar man liep er naast. Zou er voor hen nog wel plaats zijn in de herberg? En zouden ze het eigenlijk wel kunnen betalen? Ze zagen er nu niet bepaald rijk uit! En als ze geen plekje zouden vinden, waar zou dat babytje dan geboren moeten worden?

Vader zegt tegen Samuel: "Kom op Samuel, we zullen eens kijken of het met alle schapen nog wel goed is, of er geen wilde dieren zijn en of er geen schapen afgedwaald zijn".
Ze gaan op weg en onderweg bedenken ze dat het eigenlijk wel grappig is! Hier in deze velden van Ephrata was koning David ook herder! Ze doen hetzelfde werk op dezelfde plaats als die belangrijke Koning David, lang geleden.
Wat is het donker trouwens, als je wat verder bij het vuur vandaan bent! Het gepraat van de herders is ook haast niet meer te horen. Ze duiken diep weg in hun warme mantels en kletsen nog wat met elkaar.

En dan, plotseling, is het licht! Wat, wat .. is dat nu? Het is ineens echt doodstil. Iedereen, werkelijk iedereen, zelfs de meest dappere stoere kerel, is doodsbang! Ze kijken, en kijken. Wat is dat toch? Wie is dat toch?

Vader fluistert: "Het is een engel van de Here. Ja dat moet het wel zijn. Het is een boodschapper van God!
En dan horen ze zeggen: "Wees toch niet bang! Ik breng jullie het heerlijkste nieuws dat je ooit gehoord hebt! Het goede nieuws is voor het hele volk. Vandaag is in Bethlehem de Redder geboren. De Christus, de beloofde Messias. Ik zal jullie vertellen hoe je Hem kunt vinden. Het is een kindje en het is in doeken gewikkeld. Het ligt in een voerbak in een dierenverblijf.
De engel is uitgesproken, en even is het heel stil. En dan, dan zijn er zoveel engelen dat je niets anders meer kunt zien dan alleen maar engelen! En ze beginnen te zingen met elkaar. "Ere zij God in de Hemel en vrede op aarde voor alle mensen". Ze zingen het telkens en telkens opnieuw. Ze maken er een een prachtig loflied van! Wat is dat mooi! Langzamerhand wordt het zingen zachter en dan zijn de engelen plotseling verdwenen!

Vader en Samuel haasten zich terug naar de andere herders. Ze zijn het direct met elkaar eens. Ze gaan naar dat kind. Met zijn allen. De schapen blijven alleen achter, "maar", zegt vader, "als God de Messias gezonden heeft, zullen de schapen wel veilig zijn, dan wordt toch immers alles anders!"
En daar gaan ze. Allemaal. Samuel geeft zijn vader een hand. (Dat is eigenlijk wel een beetje kinderachtig, maar hij is ook zo geschrokken, Stel je voor dat hij zijn vader zou kwijtraken in het donker!)

Als ze na een flinke wandeling bij een dierenverblijf komen loopt Samuel naar binnen. Zou het hier zijn? En hoe zal de Messias eruit zien?
Achter in het dierenverblijf is er een lichtje. Samuel holt vooruit om te kijken. Hij wil het nu weten! Is hier de messias? Het klopt wel met wat de engel zei. Het is een dierenverblijf. Er staat een voederbak en hij hoort een baby huilen!
Vlak bij gekomen blijft hij stokstijf staan. Dat, dat is, dat zijn de man en de vrouw die hij vanmiddag heeft gezien! De vrouw die er al zo moe uitzag! Die op het ezeltje zat!

Samuel kijkt naar het kindje in de voerbak. Het is in in doeken gewikkeld. Ja alles is zo als de engel het heeft gezegd. Ze gaan allemaal om de voerbak heen staan en niemand zegt iets. Maar de gezichten van de man en de vrouw stralen zo bijzonder!

Dan voelt Samuel zich van binnen helemaal warm worden! Hij weet het gewoon!

Hij weet het "Dit is echt de Messias!"

Deze 3 verhalen zijn geschreven door Tineke van Eik

Stem op ons in de Kerst Top100

Omhoog